Award-winning freelance science journalist, essayist and documentary film maker, with a focus on agriculture, biotechnology, ecomodernism en bio-ethics. Works for Volkskrant, Groene Amsterdammer, Quest and VPRO, amongst others.


Published on 27th March 2015

Omstreden bestrijding (Discovery Magazine)


 

Ons voedsel zou volzitten met bestrijdingsmiddelen. Maar is dat wel zo en hoe erg is dateigenlijk? Een bestrijdingsmiddelmythe bestreden. 

Elk jaar wekt het lijstje weer beroering: de twaalf groentesen fruit waar de hoogste concentraties bestrijdingsmiddelen op zitten, oftewelde ‘dirty dozen.’ Appels en druiven,en dan met name die uit Zuid-Europese landen, doen het bijna altijd slecht. Zoook dit jaar. In het lijstje van 2014 staan appels op nummer van meest bespotengroente, gevolgd door bleekselderij, cherrytomaatjes, komkommers en druiven. Inde top twaalf staan ook nog onder andere aardappelen, spinazie en paprika’s.
Het lijstje, opgesteld door de Amerikaanse milieuorganisatie‘The Environmental Working Group’, ademt angst: het is beter om deze groentesen fruit links te laten liggen, zo lijkt het te willen zeggen. Maar hoe erg ishet eigenlijk gesteld met deze ‘ergste’ voedingsmiddelen. Wat zit er nu preciesop die verfoeide appels en druiven en hoe schadelijk is dat nu voor ons? Zijnde restanten van bestrijdingsmiddelen iets om ons zorgen over te maken enworden we er ziek van? Of valt het allemaal wel mee?
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen om een zo goedmogelijke oogst te garanderen is bijna zo oud als landbouw zelf. De eerstemensen zo’n tienduizend jaar geleden het jager-verzamelaarsleven achter zich enbegonnen met het verbouwen van voedsel. Eerst voornamelijk tarwe en gerst,later ook rijst en sorghum. Al snel kwam de pionierende boeren er achter dateen goede oogst geen sinecure was: vogels, insecten en toen nog onbekendekleinere organismen als virussen, bacteriën en schimmels sloegen grote gaten inde opbrengst. Soms ging er wel tot wel 90 procent van de oogst verloren. Zelfsnu nog, met de meest geavanceerde technieken voorradig, gaat er wereldwijdtussen de 30 en 40 procent van alle oogst verloren door ziektes of vraat.
Driftig zochten de eerste boeren naar manieren om van al datongedierte af te komen. Voor zover bekend waren de Sumeriers, vroegere bewonersvan het gebied tussen de Eufraat en de Tigris in het huidige Irak de eerste dieactief bestrijdingsmiddelen gebruikten. Zij gooiden 4500 jaar geleden al zwavelop hun akkers om zo allerlei ziektes tegen te gaan.  Ook zout en de verstikkende rook van vuur werdeningezet om een hogere oogstzekerheid te krijgen.  Het eerste wat geavanceerderebestrijdingsmiddel was pyrethrum, een insectenverdelgingsmiddel dat wordtgeproduceerd door een type chrysant. Het werd 2000 jaar geleden verkregen doorchrysanten te drogen. Het middel wordt nog steeds veel gebruikt in debiologische landbouw, waar natuurlijke bestrijdingsmiddelen als deze wel zijntoegestaan.
 Tot het midden van devorige eeuw moesten boeren het doen met wat de natuur voor handen had als hetging om bestrijdingsmiddelen. Dat veranderde in de jaren 1940, toen de eerstechemische bestrijdingsmiddelenhet licht zagen. Als een van de gangmakers van degroene revolutie – samen met bijvoorbeeld kunstmest – zorgden pesticiden alsDDT, aldrine en 2,4-D voor een gigantische productieverbetering van delandbouw. In een paar decennium verveelvoudigde de opbrengst voor bijna allegewassen, waarmee miljoenen mensen uit de armoede getrokken werden.

Ecologisch geletterd
Al snel bleek dat het niet alles alleen maar hosanna was.Veel bestrijdingsmiddelen bleken nogal slecht voor de gezondheid of tastten hetmilieu behoorlijk aan. Ook de boeren kwamen er achter dat rücksichtslos spuitenop de lange termijn meer nadelen dan voordelen met zich meebracht. Omdat debestrijdingsmiddelen zonder aanschijns des organismen niet alleen slechtebacteriën, schimmels of insecten doodden maar ook de goede, werd de grondsteeds armen en verminderde de opbrengst per hectare door de jaren heen.  
“In de jaren zestig tot tachtig van de vorige eeuw werd erontzettend veel gespoten, zonder echt goed na te denken over wat nu echt nodigwas,” weet Rudy Rabbinge, emeritus hoogleraar Duurzame Ontwikkeling enVoedselzekerheid aan de Universiteit van Wageningen. “Onder het mom vaninnovatie volgden boeren een zogenaamde spuitkalender: In die week spuiten wetegen schurft, in de volgende week tegen luis. Er werd niet gekeken of hetplaaginsect of de ziekteverwekkers daadwerkelijk aanwezig waren.” Aan het eindvan de vorige eeuw kwamen de boeren daarop terug en sinds de jaren ’90 is bijveel producten het gebruik van bestrijdingsmiddelen dan ook gedaald. Er wordt gepoogdom pas te spuiten als het echt nodig is, en dan ook alleen op de delen van hetland waar het nut heeft. Bovendien wordt er meer gebruik gemaakt vannatuurlijke vijanden om plagen te lijf te gaan. “Neem Nederlandse kastomaten,daar wordt bij de meeste bedrijven helemaal niks meer op gespoten,” zegt Rabbinge.Hebben telers last van bladluizen bijvoorbeeld, dan worden die te lijf gegaanmet sluipwesp. En witte vliegen, die worden weggevaagd door roofwantsen en delarven van gaasvliegen. Nederlandse telers worden steeds ‘ecologischgeletterder’, zoals Rabbinge het noemt: ze hebben meer kennis over de werkingvan de natuur en maken daar gebruik van in hun bedrijf. “In veel andere landenzijn ze helaas nog niet zo ver. Op Spaanse zongerijpte tomaten bijvoorbeeld nognet zo veel gespoten als wij hier vroeger deden.”
In totaal wordt er in Nederland op dit moment 5,6 miljoenkilogram bestrijdingsmiddelen per jaar gebruikt voor in totaal ongeveer 60 verschillendeverbouwde producten. Opvallend is dat maar 13 producten verantwoordelijk zijnvoor 87 procent van al het pesticidengebruik, de overige 47 producten gebruikenmaar 13 procent. De landbouwtak die het meeste gebruikt, is de bloemen- enbloembollenteelt. Vooral lelies verbruiken veel, tot wel 100 kilogram per hectare,terwijl het gemiddelde op 6,9 kilogram per hectare ligt. Dat komt omdat dezebloemen zeer gevoelig zijn voor virusinfecties. Als het gaat omvoedselproducten, dan gaan boeren vooral los op aardappelen: die zijnverantwoordelijk voor 39 procent van het totale bestrijdingsmiddelengebruik, zoberekende het Compendium voor de Leefomgeving in 2010. Aardappeltelers moetenvooral spuiten tegen fytoftora, een schimmelachtige ziekte die het goed doet inons natte klimaat. Ook in de zo romantisch uitziende appel- en perenboomgaardenin de Betuwe is het verbruik van pesticiden hoog.
Maar nu de vraag of dat erg is, dat gebruik vanbestrijdingsmiddelen? Wat merk jij als burger ervan als je een stuk groente offruit eet dat ooit bespoten is. Amerikaanse wetenschappers van Ministerie vanLandbouw wilden dat wel eens weten en namen de ‘dirty dozen’ als uitgangspunt. Ze keken bijvoorbeeld naar appels,waar in Amerika vooral thiabendazool op wordt gevonden, een bestrijdingsmiddeldat met name gebruikt wordt tijdens de opslag van het fruit om bewaarziektes tevoorkomen. Ze ontdekten dat de dosis die een Amerikaan op een dag hiervanbinnen kreeg 787 keer lager is dan de maximaal aanvaardbare dagelijkse inname(ADI), een maat die opgesteld is door de Environmental Protection Agency, deAmerikaanse variant van het RIVM. En dat was nog voordat de appels gewassenwaren. Ook van Captan, een schimmelverdelgingsmiddel dat in de Nederlandse fruitteeltveel wordt gebruikt, kregen de Amerikanen 8180 keer minder binnen per dag danwettelijk was toegestaan. Alles overziend was er geen product waar de concentratiebestrijdingsmiddelen over de 1 procent van de ADI kwam.
Het is belangrijk om te beseffen dat ADI geen veiligheidsgrenzenzijn, die liggen nog veel hoger. De ADI wordt bepaald door verschillendediersoorten bloot te stellen aan een bepaalde chemische stof voor lange tijd omte achterhalen bij welke concentratie er schade optreedt. Vervolgens wordt deADI gezet op een honderdste van wat de eerste schade toebrengt. Dat betekentdat een percentage van 1 procent van de ADI eigenlijk inhoud dat je geconfronteerdwordt met 1/10.000ste van wat minieme schade aanbrengt in dieren. Het is danook veilig om te stellen dat het eten van voedsel met bestrijdingsmiddelenrestanten in de concentraties waar ze nu worden gevonden geen gevaar voor de gezondheid met zich meebrengt

Gezondheidsverlies
Dit wordt bevestigd in het lijvige rapport ‘Ons eten gemeten’, uitgebracht door het RIVM in 2004. Zij brachten al de gevaren die heteten van ons voedsel met zich meebrengt in kaart en kwamen tot de conclusie datrestanten van bestrijdingsmiddelen een van de minst van onze zorgen zoudenmoeten zijn. Wat dan wel? Het grootste gevaar zit hem in ziekmakende bacteriën,zoals Salmonella, Listeria en Campylobacter. Het gezondheidsverlies door dezeinfecties bedraagt 1000 tot 4000 zogenaamde DALY’s, wat staat voor DisabilityAdjusted Life Years. DALY is een maat waarin verloren jaren door vroegtijdigesterfte en het aantal jaren geleefd met een ziekte, worden gecombineerd tot eenziektelastcijfer. Iemand die bijvoorbeeld sterft aan een acutevoedselvergiftiging op zijn 20ste zorgt voor een verlies van 60DALY’s. Om het een beetje in perspectief te plaatsen: roken kost de Nederlandsesamenleving jaarlijks 350.000 DALY’s
Andere gevaren in ons voedsel behelzen de zogenaamdenitrosaminen, kankerverwekkende stoffen die in nitraatrijke voedingsmiddelenzoals spinazie en rode bieten, kunnen ontstaan, bijvoorbeeld door ze te lang tebewaren of door ze te combineren met vis. Ze zijn verantwoordelijk voor 100 tot500 verloren DALY’s per jaar. De ziektelast veroorzaakt door pesticidenresiduenop voedsel komt niet boven de 1 DALY uit. Opvallend is dat het rapport ookgewag maakt van bestrijdingsmiddelen die natuurlijk worden aangemaakt. In denatuurlijke strijd tussen bijvoorbeeld een plant en een schimmel wordt hardtegen hard gespeeld. Beide doen aan biologische oorlogsvoering om elkaar telijf te gaan en produceren zo moleculen die ook schadelijk kunnen zijn voor demens. Bekend voorbeeld is aflatoxine, dat geproduceerd wordt door een schimmeldie zich graag in pinda’s nestelt en leverkanker kan veroorzaken. Maar ookfytotoxines, bestrijdingsmiddelen die planten produceren, kunnen ziektes bijmensen veroorzaken. Toch wordt het geschatte aantal verloren DALY’s hiervangeschat op minder dan een. De enige door ons voedsel zelf geproduceerdebestrijdingsmiddelen die wel een verschil maken zijn de zogenaamde fycotoxinen,die voorkomen in schaal- en schelpdieren. Zij kosten 10 tot 70 DALY’s per jaar.In totaal, zo berekenden Amerikaanse onderzoekers van de Universiteit vanCalifornie al in 1990, is 99,9 procent van alle pesticiden die je via jevoedsel binnen krijgt, op een natuurlijke manier geproduceerd.
Uiteindelijk vallen al die verloren DALY’s door pesticiden,nitrosaminen of bacteriën in het niet bij andere door voedsel veroorzaakteproblemen. Obesitas bijvoorbeeld, doorgaans veroorzaakt door het eten van teveel voedsel, kost de samenleving 215.000 DALY’s per jaar. En een ongezondvoedingspatroon 245.000. Het is dus veel verstandiger om die appel en diedruiven gewoon op te eten, of er nu een beetje pesticiden opzitten of niet.Omdat meer dan 90 procent van de Nederlanders niet genoeg groenten en fruitbinnenkrijgen, is elk extra stuk meegenomen.
Maar betekent dit dat pesticiden dan helemaal nietschadelijk zijn en dat we ons nergens zorgen over hoeven te maken? Nee, zekerniet. Grootschalig gebruik van pesticiden blijft slecht voor het milieu. Onlangskwamen bijvoorbeeld de nicotinoiden, een klasse verdelgingsmiddel dat onderandere gebruikt wordt bij suikerbieten, koolzaad en bloembollen, nog slecht inhet nieuws, omdat ze verantwoordelijk worden gesteld voor de achteruitgang van debijen- en vogelstand. Bovendien is het binnenkrijgen van echt hoge dosesbestrijdingsmiddelen wel degelijk gevaarlijk voor mensen. Het blijktbijvoorbeeld dat boeren en boerinnen die in de buurt wonen van velden waargespoten wordt, soms hoge concentraties van allerlei bestrijdingsmiddelen inhun bloed hebben. Vooral zwangere vrouwen lopen hierdoor risico. Er zijnaanwijzingen dat baby’s geboren uit moeders die blootgesteld zijn aanbestrijdingsmiddelen een tot drie keer hoge kans hebben op het ontwikkelen vanautisme. Ook zijn er onderzoeken die stellen dat zulke baby’s een aantalIQ-punten kunnen verliezen. Het is dus hoe dan ook beter om pesticidengebruikzo veel mogelijk te verminderen en op zoek te gaan naar verstandigere middelenom ziekte en vraat tegen te gaan.
Is het daarom misschien een idee om uit te wijken naarbiologische landbouw? Zij gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen, geengenetische gemodificeerde gewassen en geen kunstmest en pretenderen zo betereproducten te leveren. Om gelijk maar een mythe uit de weg te ruimen: datbiologische boeren geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, betekent nieter helemaal géén middelen worden gebruikt. Biologische pesticiden mogelijknamelijk wel. De definitie van biologisch houdt hier in het dat het productdoor de natuur geproduceerd moet zijn. Het kan een stof zijn die plantenaanmaken, het kunnen bacteriën zijn die ook in de grond voorkomen, of hetkunnen elementen als zwavel zijn, die ook gewoon in de natuur te vinden zijn. InNederland zijn er 15 middelen toegestaan, in de Verenigde Staten wel 200. Hetidee achter het wel mogen gebruiken van biologische bestrijdingsmiddelen is datomdat het natuurlijk is, het beter is voor de gezondheid of voor het milieu.Het verschil tussen biologisch en synthetisch is echter een valsetegenstelling: een chemicalie is een chemicalie, of het nu uit de natuur komtof niet. Soms is een biologische gevaarlijk voor de gezondheid, soms is eensynthetische dat niet. En vice versa.  

Pap
Het is daarom ook helemaal niet zo dat biologische bestrijdingsmiddelendie boeren gebruiken minder schadelijk te zijn dan de synthetische tegenhangers.Een mooi voorbeeld is kopersulfaat, ook bekend als Bordeauxse pap. In Nederlandis het middel verboden, maar biologische wijnboeren in Frankrijk mogen hetgewoon gebruiken in hun gaarden. Een biologische wijn kan dus zomaargeproduceerd zijn met behulp van kopersulfaat als bestrijdingsmiddel, terwijlkoper zich ophoopt en schadelijk is voor veel dieren. Ook in Amerika wordtkopersulfaat veelvuldig en op veel producten toegepast en die producten kunnende Nederlandse markt ook betreden. En neem pyrethrine, het chrysantenmiddel datin de inleidende alinea’s al langs  kwam.Het blijkt dat dat per kilogram giftiger is dan bijvoorbeeld glyfosfaat, eenveelvuldig gebruikt chemisch bestrijdingsmiddel, beter bekend onder de nameRoundup. En ook rotenon, een middel dat ingezet wordt tegen slakken, blijkt giftig,het is zelfs 32,5 keer zo schadelijk als captan, het meest gebruikte anti-schimmelmiddelin de conventionele landbouw. Rotenon wordt overigens niet meer gebruikt doorNederlandse biologische boeren, maar wel in ons omringende landen. Daar komtvervolgens bij dat veel biologische bestrijdingsmiddelen veel minder effectiefzijn dan chemische. Om hetzelfde ongediertebeperkende effect te verkrijgen,moet er soms drie keer zo vaak gespoten worden. Bovendien blijkt dat doorinefficiënte bestrijding van biologische boeren, omliggende gewone boeren meermoeten spuiten om hun oogst zeker te stellen. In 2009 lietwetenschapsjournalist Desiree Hoving in het tijdschrift NWT bijvoorbeeld ziendat reguliere aardappelboeren in Flevoland 16 procent meer moest spuiten tegen deaardappelziekte fytoftora door de aanwezigheid van omringende biologischepercelen. Biologische landbouw is daarom zeker niet per se beter voor degezondheid of het milieu, en brengt bovendien nog een heel scala aan andereproblemen met zich mee (zie kader).       
Betekent dit alles dan ook dat organische producten in desupermarkt bestrijdingsmiddelen kunnen bevatten? Verrassend genoeg is daar ergweinig onderzoek naar gedaan. Zo’n lijst als de ‘dirty dozen’ kijkt alleen naarchemische bestrijdingsmiddelen. Een paar kleine Amerikaanse studies latenechter zien dat ook biologische producten soms restanten vanbestrijdingsmiddelen bevatten. Een vergelijking tussen biologisch enconventioneel geproduceerde groentes en fruit is er helaas niet, maar het isveilig om te stellen dat er wat betreft bestrijdingsmiddelen geen reden is omconventioneel geteelde appels te vervangen door biologische.
Maar is biologisch fruit dan niet gezonder omdat het eenhogere voedingswaarde heeft, een eigenschap waar fans van biologisch eten ookgraag mee mogen schermen? Helaas gaat ook die vlieger niet op. Uit eigenlijkalle vergelijkingsstudies blijkt dat of het nu om vitamines, mineralen ofvezels gaat, de concentraties zijn nagenoeg gelijk. Amerikaanse onderzoekersvan de universiteit van Stanford maakten een overzicht van allevoedingswaardestudies en concludeerden wel dat er soms meer vitamine C inbiologisch fruit en groente zat, maar dat het verschil te marginaal was om eeneffect te hebben op de gezondheid. Aan de andere kant bevatten conventioneelgeteelde producten weer minder van de schadelijk alkaloïden, een typefytotoxine, maar ook dat zal geen gezondheidsvoordeel opleveren. Het enige waarbiologische voedsel echt meer van bevat, is fosfor, maar daar heeft geen menseen gebrek aan en voegt dus weinig toe.
Uiteindelijk komt het er neer dat niks uit maakt welke appelof welke paprika je uit de schappen pakt. Laat je dan ook niet intimideren doorhet lijst van twaalf, maar zet gewoon je tanden in het stuk fruit of groente.Want daar wordt je het gezondst van. 
 
[KADER:] Wat zijn populairebestrijdingsmiddelen in Nederland?
Captan – is eenschimmelverdelgingsmiddel dat de laatste jaren ontzettend populair is geworden.Het wordt gebruikt in appel- en perenboomgaarden, maar ook bij de teelt vanframbozen en aardbeien. Het is recentelijk hergeclassificeerd van potentieelkankerverwekkend naar onwaarschijnlijk kankerverwekkend. Het is wel schadelijkvoor kleine waterorganismen.
Mancozeb –is in zijn eentje verantwoordelijkvoor de helft van al het antischimmelmiddelgebruik. Het wordt ingezet tegen deaardappelziekte fytoftora, die vaak huishoudt in Nederland. Ook gebruikenboeren het tegen schurft in appels en peren en tegen roest in tarwe. 
Glyfosaat – isbeter bekend als Roundup en wordt geproduceerd door het controversiële bedrijfMonsanto. Het is het meest gebruikte middel tegen onkruid en wordt ook veeldoor particulieren gebruikt. In hoge concentratie is het schadelijk voormensen, maar het grootste probleem met is het ontstaan van resistent onkruid,waardoor het middel minder goed werkt.
Dimethoaat – ishet meest populaire bestrijdingsmiddel tegen insecten. Het voorkomt de afbraakvan het hersensignaleringsstofje acetylcholine, waardoor hersenencellen continugestimuleerd worden. Dat leidt uiteindelijk tot de dood. Het wordt vooralingezet in de bloemisterijteelt en mag niet gebruikt worden als er bijen degewassen gebruiken in hun nectarzoektocht. Het wordt daarom vooral gebruikt inde bedekte teelt.  
 
[KADER:] Biologische landbouw taboelandbouw?
In 2013 gaven consumenten 12 procent meer geld uit aanbiologische producten dan het jaar daarvoor. Biologisch is populair omdat veelmensen geloven dat de wereld er beter van wordt als al het voedsel biologischgeteeld zou worden. Toch is dat maar zeer de vraag. Een recente studie in hethoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschrift Nature liet bijvoorbeeld ziendat om dezelfde opbrengst te generen, biologische landbouw 25 procent meergrond nodig heeft. Het zou betekenen dat er heel wat kostbare bossen zoudenmoeten sneuvelen om alle monden te voeden. Daar komt nog eens bij dat biologische landbouw geen gebruik maakt vankunstmest en het dus afhankelijk is van door dieren geproduceerde mest. Ook datkost weer ontzettend veel kostbare grond om dat te verkrijgen. “Biologischelandbouw is een luxeproduct,” stelt Rudy Rabbinge van de universiteit vanWageningen dan ook desgevraagd. “Het is prima dat het veel mensen een goedgevoel geeft, maar het zal nooit de basis worden van dewereldvoedselproductie.”
Rabbinge is sowieso geen grote fan van biologische landbouw.Hij mag het graag taboelandbouw noemen. “Hoe kan je nu bij voorbaat sommigetechnologische ontwikkelingen afwijzen, zelfs als de wetenschap laat zien dathet beter voor het milieu is of meer opbrengstzekerheid geeft?” vraagt hij zichaf. “Genetisch gemodificeerde gewassen bijvoorbeeld helpen het pesticidengebruikte verminderen. Waarom zou je ze dan niet inzetten?” Ook als chemischebestrijdingsmiddelen beter blijken te zijn voor het milieu, waarom danhalsstarrig biologische blijven gebruiken?
In de zoektocht naar de ideale landbouwmanier is daaromniemand gebaat bij een harde tegenstelling tussen biologisch en conventioneel.Het is beter om van elkaar te leren. Zo is biologische landbouw goed in hetrecyclen van producten, terwijl de conventionele landbouw weer veel efficiënteris. Toch denkt Rabbinge dat het verstandig is om vooral van de conventionelelandbouw uit te gaan. “Door bij voorbaat oplossingen uit te sluiten zoalsbiologische landbouw doet, maak je het jezelf wel erg moeilijk. Het is slimmerom met een open blik alle mogelijkheden af te wegen, zegt hij. “Er moet nogontzettend veel gebeuren en het vergt nogal wat durf en zelfvertrouwen om demanier waarop je als boer decennialang gewend bent te verbouwen, te vervangen,maar de gangbare landbouw beweegt in ieder geval in dit land de afgelopen twintigjaar snel de goede kant op.”